Main content

Standpunt wetsvoorstel over persoonlijke banden tussen broers en zussen

03.02.2021
Advies
/7

Standpunt wetsvoorstel over persoonlijke banden tussen broers en zussen

Op 23 februari 2021 houdt de Kamer hoorzittingen over het Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met de persoonlijke banden tussen broers en zussen. Ook de kinderrechtencommissaris wordt gehoord. 

Bij het eerst ingediende wetsvoorstel gaf het Kinderrechtencommissariaat advies op 15 juni 2020.

Het Kinderrechtencommissariaat is verheugd vast te stellen dat het wetsontwerp op heden, na diverse amenderingen, in belangrijke mate tegemoet komt aan onze opmerkingen en suggesties. Het wetsvoorstel is inhoudelijk wel sterk gewijzigd ten opzichte van de tekst waarover het Kinderrechtencommissariaat adviseerde.

In dit standpunt geven we een antwoord op de bekommernissen over de gevolgen van dit wetsontwerp voor de jeugdhulp en de procesbekwaamheid van minderjarigen.

Het Kinderrechtencommissariaat neemt ook kennis van het schrijven van de leden van de Vereniging voor Familierecht van 2 februari 2020 met betrekking tot het wetsvoorstel en benadrukt mee te willen werken aan de verbetering van de regels omtrent het ouderlijk gezag, het verblijf en het contact van de minderjarige, én de verbetering van zijn procespositie. Het is zeer duidelijk dat dit een breed debat verdient.

Wij stellen vanuit de verschillende klachten van kinderen en jongeren die we ontvangen op de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat vast dat de huidige regelgeving niet toereikend is.

Het Kinderrechtencommissariaat benadrukt dat – indien er sprake zou kunnen zijn van perverse effecten door de stemming van dit wetsontwerp waardoor kinderen langer op gepaste hulp moeten wachten – dit zeker een grondige analyse verdient.

Het Kinderrechtencommissariaat is er echter wel van overtuigd dat zowel het recht van broers en zussen om niet van elkaar te worden gescheiden, als het recht met elkaar contact te mogen houden een specifieke plaats verdient in het Burgerlijk Wetboek.

Dit is ook het geval voor de procesbekwaamheid van minderjarigen, mits bijstand van een gespecialiseerde jeugdadvocaat.

Indien zou worden beslist om over te gaan hoorzittingen zou het Kinderrechtencommissariaat hier graag aan deelnemen, zodat op basis van de klachten van kinderen en jongeren een beeld kan worden geschetst over de concrete pijnpunten in de wetgeving waarmee zij worden geconfronteerd.

Bekijk de tekst: 

Bezorgd

We bezorgden dit standpunt op 3 februari 2021 aan de volksvertegenwoordigers van de commissie Justitie van de Kamer, de Vlaamse volksvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en de bevoegde ministers.

Op 23 februari 2021 zette de kinderrechtencommissaris haar PDF standpunt (161.45 kB) uiteen tijdens de hoorzitting in de Commissie Justitie van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Contactpersoon

Sofie
Van Rumst
02-552.40.71.