Main content

Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien

15.06.2020
Advies
2019-2020/14

Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien

Op dinsdag 16 juni 2020 vindt de verdere bespreking en stemming plaats van het ‘Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, in verband met de persoonlijke banden tussen broers en zussen’ in de Commissie voor Justitie.

Het wetsvoorstel komt tegemoet aan heel wat bezorgdheden die het Kinderrechtencommissariaat in z’n standpunt ‘ Recht doen aan contactrecht met broers en zussen (321.43 kB)’ formuleerde.

In het wetsvoorstel hebben broers en zussen het recht om niet van elkaar te worden gescheiden.

  • Ze hebben het recht om onderling persoonlijke contacten te onderhouden.
  • Deze rechten worden rechtstreeks aan het kind toegekend, waardoor minderjarigen voor wat betreft deze rechten procesbekwaam worden.
  • Bijkomend garandeert het wetsvoorstel het recht op persoonlijk contact tussen stiefbroers en - zussen, als er sprake is van een bijzonder affectieve band.


Anderzijds stelt het Kinderrechtencommissariaat vast dat bovenstaande rechten niet voor alle kinderen gelden.

Kinderen van wie de bloedband niet door een juridische band of niet door de feitelijke toestand wordt bevestigd, kunnen geen rechten uit dit wetsvoorstel putten.

Voor kinderen jonger dan 12 jaar wordt niet voorzien in het afdwingbaar maken van hun rechten.

De zinsnede ‘Broers en zussen hebben het recht niet gescheiden te worden, tenzij zulks niet mogelijk is of indien in hun belang een andere oplossing vereist.’ baart ons zorgen. Het gevaar dreigt dat het samen plaatsen van kinderen en jongeren in de jeugdhulp dode letter blijft, omwille van praktische en organisatorische redenen. Het Kinderrechtencommissariaat meent dat enkel het belang van het kind een doorslaggevende overweging mag zijn om broers en zussen van elkaar te scheiden.

Daarom schuiven we in dit advies twee amendementsvoorstellen naar voren.

  • Art. 387/1 moet als volgt bijgestuurd worden: ‘Voor de toepassing van deze Titel wordt onder ‘broers en zussen’ verstaan, alle personen wier afstamming, zoals bepaald bij de Titels VII en VIII van dit Boek, is vastgesteld met betrekking tot een gemeenschappelijke ouder in de eerste graad, die blijk geven van een bijzondere affectieve band of waarvan hun bloedband tijdens de procedure komt vast te staan.’
  • In art. 387/2 moet de zinsnede ‘tenzij zulks niet mogelijk is’ geschrapt worden. Enkel het belang van het kind kan de verantwoording zijn om broers en zussen van elkaar te scheiden.


Tot slot vragen we om aan kinderen jonger dan 12 jaar, die oordeelsbekwaam zijn, rechtstoegang te geven.

Bezorgd

We bezorgden dit advies op 15 juni 2020 aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en aan de leden van de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Contactpersoon

Sofie
Van Rumst
02-552.40.71.