Main content

Nood aan een versterkte samenwerking om buitenlandse straatkinderen opvang te bieden en te beschermen tegen geweld

24.11.2020
Advies
2020-2021/3

Nood aan een versterkte samenwerking om buitenlandse straatkinderen opvang te bieden en te beschermen tegen geweld

Sinds het najaar van 2019 kregen we van verschillende diensten signalen over een dertigtal Marokkaanse kinderen en jongeren die rondzwerven in de buurt van Brussel-Zuid en daar ook geregeld delicten plegen. Hun jonge leeftijd valt op, met verschillende kinderen tussen 9 en 14 jaar die geregeld betrokken zijn bij diefstallen in apotheken. Er zijn ook indicaties dat ze het slachtoffer zijn van mensenhandel. De straatkinderen zijn gekend bij de hulpverlening. We weten dat ze uit Marokko komen, overleven op straat en reizen tussen Spanje, Frankrijk, België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Zowel hulpverlening als politie hebben geregeld contact met de kinderen en jongeren en zoeken oplossingen. Maar zij krijgen geen vat op het probleem. De jongeren hebben weinig structuur en zijn kwetsbaar voor misbruik. De hulpverlening slaagt er niet in ze effectief te helpen en ook bij de politie zou de coördinatie niet evident zijn. Geregeld houdt de politie één of meer van die jongeren aan voor stelen, op straat zijn onder invloed of slapen in stations.

In januari 2019 en in september 2020 organiseerden het Kinderrechtencommissariaat en de délégué général aux droits de l’enfant een rondetafel met mensen uit hulpverlening, administratie, politie en justitie. Samen analyseerden we de situatie en formuleerden we aanbevelingen.

Aanbod nodig voor die kinderen

De residentiële hulpverlening en de meer besloten opvang zijn niet aangepast om die kinderen en jongeren effectief en duurzaam te helpen. De situatie en het gedrag van de kinderen en jongeren vergen een aanpak met een gepast traject na een verblijf in een voorziening. Hun middelengebruik bemoeilijkt de opvang en de begeleiding, zeker als ze samen in dezelfde voorziening terechtkomen. Vaak lopen ze weg uit de voorziening. Fedasil is alleen bevoegd om opvang te bieden als ze bereid zijn zich te laten registreren als niet-begeleide minderjarige vreemdeling en dat is bij die jongeren vaak niet het geval. Een aanmelding bij de jeugdhulp gebeurt vaak na een passage in de nachtopvang voor daklozen.

Een mogelijke piste is een laagdrempelig inloopcentrum waar de kinderen terechtkunnen via het straathoekwerk en waar ze kunnen slapen, koken en douchen. Voor een deel van die jongeren lijkt straathoekwerk het meest geschikte aanbod te zijn. Interculturele bemiddelaars, jongerenwerkers, straathoekwerkers en ex-straatjongeren die dezelfde taal spreken en de cultuur begrijpen, kunnen een vertrouwensrelatie opbouwen en werken aan de aanvaarding van een hulpverleningstraject. Voor de erg kwetsbare jonge kinderen onder 15 jaar lijkt het aangewezen een intensievere vorm van hulpverlening uit te tekenen die ze niet loslaat en opnieuw perspectief biedt. Er is ook bemiddeling nodig om opnieuw contact te leggen met de familie van het kind in het land van oorsprong, zodat die mee opnieuw de zorg kan opnemen.

Informatie over die kinderen centraliseren

Momenteel is de informatie over die kinderen en jongeren erg versnipperd. Daardoor krijgen we geen goed beeld van hun situatie en dat bemoeilijkt de hulpverlening. In het belang van de kinderen en jongeren moet bekeken worden, rekening houdend met het beroepsgeheim, wie een minimum aan informatie over hen centraal kan bijhouden en hoe en met wie die informatie gedeeld kan worden.

Ook de politie en het parket hebben maar een gedeeltelijk beeld van de situatie. Ze weten vaak niet wat er buiten hun zone gebeurt omdat de informatie verspreid zit over verschillende parketten. Van de twintig geïdentificeerde jongeren heeft de helft een voogd en in principe bepaalt de woonplaats van de voogd welk parket bevoegd is. Ook daardoor is de informatie erg versnipperd.

Wie is bevoegd en verantwoordelijk voor de aanpak?

Nu is er onduidelijkheid over welke instanties en administraties bevoegd zijn: de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Omdat het mogelijk om een internationaal netwerk van mensenhandel gaat, is de betrokkenheid van de cel Mensenhandel van Justitie en van UNHCR of Unicef mogelijks ook aangewezen.

Er moet op het terrein meer coördinatie komen tussen hulpverlenende organisaties en ook tussen hulpverlening en politie. Nu vinden de diensten die voor deze doelgroep werken elkaar te weinig waardoor die kinderen en jongeren onder de radar verdwijnen.

Bezorgd

We bezorgden dit advies aan de bevoegde ministers op 24 november 2020.

Contactpersoon

Caroline
Vrijens
+32 2 5529800