Main content

Naar een strikt verbod op het opsluiten van uitgewezen minderjarigen

07.09.2020
Advies
2019-2020/15

Naar een strikt verbod op het opsluiten van uitgewezen minderjarigen

p 14 juli 2020 besprak de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van de Kamer een wetsvoorstel, ingediend op 17 december 2019, tot wijziging van de Vreemdelingenwet van 1980 over het verbod op het opsluiten van minderjarigen. De commissie vroeg het Kinderrechtencommissariaat om een advies. Het expliciete verbod op het opsluiten van gezinnen met minderjarige kinderen om migratieredenen, zoals verwoord in de Nederlandstalige versie van het wetsvoorstel, komt tegemoet aan eerdere pleidooien van het Kinderrechtencommissariaat.

We stellen wel vast dat in de Franstalige versie het wetsvoorstel zo’n opsluiting alleen maar ‘in principe’ verbiedt, waardoor afwijkingen toch weer mogelijk zijn. We gaan ervan uit dat het hier om een materiële fout gaat en nemen de Nederlandstalige versie als basis.

We vinden het verder positief dat het wetsvoorstel de plaatsing van gezinnen met minderjarige kinderen in een open terugkeer­woning voor drie verschillende situaties op expliciete wijze als mogelijkheid in de wettekst zelf benoemt en ze situeert als ultieme maatregel in een continuüm van minder dwingende naar meer dwingende maatregelen.

Positief vinden we ook dat het wetsvoorstel aan zo’n plaatsing in een open terugkeerwoning expliciet voorwaarden koppelt:

  • de beslissing moet gebaseerd zijn op een individuele analyse van de gezinssituatie met het belang van de betrokken kinderen als hoofdbekommernis,
  • minder dwingende alternatieven zijn niet mogelijk,
  • de vasthouding gebeurt voor een zo kort mogelijke periode (in §2 en §3 van artikel 74/9),

We appreciëren het ook dat het wetsvoorstel de opsluiting om migratieredenen ook uitsluit voor niet-begeleide jonge vreemdelingen van wie de beweerde of vermoede minderjarigheid nog niet vast staat.

We hebben ook een aantal suggesties en aanbevelingen:

  • Noteer ook in §1 van artikel 74/9 dat vasthouding in een open terugkeerwoning voor een zo kort mogelijke periode moet zijn.
  • Formuleer in §1, §2 en §3 van artikel 74/9 uitdrukkelijker dat vasthouding in een open terugkeerwoning de ultieme maatregel is, enkel toe te passen indien minder dwingende maatregelen voor dat gezin aantoonbaar niet afdoende of niet toepasbaar blijken.
  • Neem in artikel 74/9 §1, §2 en §3 (derde alinea) als bijkomende voorwaarde voor overbrenging naar een open terugkeerwoning op dat er op korte termijn een reëel perspectief op repatriëring (of overbrenging naar ander land met verblijfsrecht) moet zijn.
  • Neem definities voor ‘gesloten repatriëringscentrum’ en ‘open terugkeerwoning’ in de vreemdelingenwet zelf op.
  • Expliciteer in §4 van artikel 74/9 dat de opsluiting van een volwassen gezinslid, waardoor dat lid van de rest van het gezin gescheiden wordt, een uitzonderlijke maatregel is en onderwerp de toepassing ervan aan systematisch extern toezicht om elk oneigenlijk gebruik tegen te gaan.

We herhalen onze eerdere aanbevelingen:

  • Optimaliseer de terugkeerbegeleiding aan huis en de werking van de open terugkeerwoningen,
  • Zorg dat het politie-optreden en het transport tussen verblijfplaatsen of naar de luchthaven de kinderen niet traumatiseert,
  • Regel extern toezicht op de hele terugkeerprocedure,
  • Herdenk de hele verblijfs- en terugkeerprocedure vanuit het belang van het kind.

Bezorgd

We bezorgden ons advies op 9 september 2020 aan de secretaris van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken.