Main content

LIVC R decreet heeft kinderrechtenbocht nodig

20.04.2021
Advies
2020-2021/11

LIVC R decreet heeft kinderrechtenbocht nodig

Op 21 april 2021 staat het ontwerp van decreet houdende de machtiging van de Vlaamse deelnemers aan en de regeling van de modaliteiten van deelname aan de lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme, op de agenda van de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering van het Vlaams Parlement.

Het Kinderrechtencommissariaat maakt zich ernstig zorgen om het voorliggend LIVC R decreet.

We vragen dat de leden van de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering, alsnog een hoorzitting over het LIVC R decreet organiseren, en daarop diverse Vlaamse diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties die door het decreet gevat worden, uitnodigen.

Het LIVC R decreet zet veel kinderrechten onder spanning. Denk maar aan het recht op duidelijke, nauwkeurige, voorspelbare wetgeving, het recht op privacy, het recht op vrije meningsuiting en (identiteits)ontwikkeling en het recht op religie. We vrezen dat deze spanning het recht op zorg- en hulpverlening van kinderen en hun ouders riskeert te ondermijnen. LIVC R’s hebben een preventieve doelstelling - het gaat per definitie over (mogelijke strafbare) zaken die nog niet zijn gebeurd - en toch worden deze rechten op spel gezet.

Zorg- en hulpverlenende diensten krijgen een bijna onmogelijke opdracht toebedeeld en dit om verschillende redenen:

  • Essentiële vertrouwensrelatie tussen minderjarige en zorg- en hulpverlener komt onder druk te staan
    Het LIVC R decreet (en de LIVC R wet van 30 juli 2018) zet het beroepsgeheim en de discretieplicht van deze zorg- en hulpverleners onder druk. Het casusoverleg schept weliswaar een juridisch veilige context om het beroepsgeheim te kunnen schenden, anderzijds biedt het helemaal geen antwoord op het wantrouwen dat deze schending teweegbrengt. Vertrouwen en geloof in geheimhoudingsplicht zijn de basis van preventie, zorg- en hulpverlening. Zal een ouder nog naar een opvoedingslijn bellen, als hij merkt dat zijn zoon of dochter te fel aan het radicaliseren is? Zal een jongere zijn twijfels en zoektocht naar zijn identiteit nog aan zijn hulpverlener vertellen?
  • Zorg- en hulpverleners worden voor een patstelling geplaatst die hun bestaansreden kan hypothekeren
    Zorg- en hulpverlening verlangt een vertrouwensrelatie tussen de hulpverlener en de minderjarige en zijn context én tezelfdertijd stelt het LIVC R decreet dat de hulpverlener - bijvoorbeeld in de privacyverklaring - dient mee te geven dat ze dit vertrouwen zullen verbreken als ze mogelijke signalen van radicalisme detecteren.
  • Er wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij de deelnemers aan het casusoverleg binnen een LIVC R
    Het zijn de deelnemers die moeten waken over de doelstelling van een LIVC R. Ze moeten nagaan of hun rol en de verwerking van de persoonsgegevens zich beperken tot de doelstelling van een LIVC R. Ze treden elk individueel op als verwerkingsverantwoordelijke.


Begin november 2020 werden in Eupen minderjarigen opgepakt die een terreuraanslag planden. De aanslag werd opgeëist door IS.
De analyses achteraf spraken over lone wolves, over minderjarigen die geïsoleerd opgroeiden en door IS gemanipuleerd werden.

Deze analyse leert ons dat een preventiebeleid rond radicalisme lone wolves, of het geïsoleerd opgroeien van minderjarigen, moet voorkomen, en moet inzetten op het versterken, en veilig stellen, van de relatie tussen minderjarigen (en hun context) en de samenleving en zijn diensten en voorziening. Gebeurt dit niet, dan wordt de kans op een terroristisch misdrijf groter.

Vanuit deze analyse, de rechten van het kind en de vrees dat het LIVC R decreet de werking van zorg- en hulpverlenende organisaties sterk onder druk zet, schuiven we volgende verbeterpunten naar voren:

  • Verscherp de focus. De directe link tussen het grote gamma aan persoonsgegevens dat mag verwerkt worden, en de doelstelling van het LIVC R (de voorkoming terroristische misdrijven, zoals vermeld in titel Iter van het boek II van het Strafwetboek) is behoorlijk zoek.
  • Ga voor een trapsgewijze aanpak voor minderjarigen. Zorg- en hulpverlenende diensten horen vanuit het belang van het kind tussen te komen, niet vanuit detectie van mogelijke signalen. Enkel uitzonderlijk, mogen persoonsgegevens verwerkt worden, aldus de LIVC R wet van 30 juli 2018 . Enkel uitzonderlijk is het verbreken van het beroepsgeheim te verantwoorden. Enkel bij duidelijke tekenen van extreme radicalisering met risico op een terroristische misdrijf kan volgens ons een zorg- en hulpverlenende organisatie deelnemen aan een casusoverleg.
  • Amendeer artikel 3: zorg- en hulpverlenende diensten en voorzieningen horen net als het jeugdwerk in het tweede lid van artikel 3. Meer dan de helft van de potentiële deelnemers heeft minderjarigen als doelgroep. Gaat de grootste dreiging voor een terroristisch misdrijf uit van minderjarigen? We pleiten om alle diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties die minderjarigen als doelgroep hebben, net als het jeugdwerk, te beschouwen als residuaire categorie van mogelijke deelnemers, zoals voorzien in het tweede lid van artikel 3.
  • Amendeer artikel 4: ga expliciet voor de volgende bepaling ‘Niet deelname aan een LIVC R heeft geen negatieve gevolgen voor de genodigden en hun organisaties in kwestie’. We vragen om de motivatieplicht in artikel 4 te schrappen en te vervangen door: ‘Niet deelname aan een LIVC R heeft geen negatieve gevolgen voor de genodigden en hun organisatie in kwestie’.
Bekijk de tekst: 

Bezorgd

We bezorgden dit advies op 20 april 2021 aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers en de bevoegde minister.

Contactpersoon

Leen
Ackaert
02-552.41.05