Main content

Kinderarmoede bestrijden door 1 euromaaltijden?

02.10.2017
Advies
2016-2017/8

Kinderarmoede bestrijden door 1 euromaaltijden?

In 2015 lanceerde de Vlaamse overheid de projectoproep ‘Gezonde en betaalbare maaltijden gekoppeld aan integrale gezinsondersteuning’, beter gekend als de projectoproep ‘1 euromaaltijden’. Het Kinderrechtencommissariaat ging via een praktijkstudie na hoe 1 euromaaltijden kinderarmoede bestrijden en formuleert aanbevelingen voor het Vlaamse en lokale beleid.

De projectoproep streeft twee doelstellingen na:

  • Voldoende en gezond voedsel als basisvoorziening;
  • Mensen in armoede bereiken om gezinsondersteuning aan te bieden.


De 1 euromaaltijden zijn bedoeld voor kinderen van 0 tot 12 jaar en hun gezin.
In het eerste kwartaal van 2017 werden 10.420 maaltijden verdeeld. Dat gebeurt in sociale restaurants en via afhaalmaaltijden, in laagdrempelige werkingen voor gezinnen, op scholen en in vrijetijdsinitiatieven voor kinderen.

Het Kinderrechtencommissariaat bekeek 16 van de 22 goedgekeurde projecten van dichterbij. We analyseerden de projectdocumenten en praatten met initiatiefnemers en gebruikers.

Wat ervaren gezinnen als ondersteunend?

  • Gezinnen waarderen de gezinsondersteunende diensten zelf, zoals kinderopvang of hulp om hun woonsituatie te verbeteren.
    Waar ondersteuning en maaltijden op dezelfde plek gebeuren, komen gezinnen meer voor de ondersteuning. De maaltijden zijn een extra. Op school hechten ze meer belang aan een bijdrage in de schoolfactuur dan aan goedkope schoolmaaltijden.
  • Kant-en-klare maaltijden zijn soms handig, vooral als ouders ze kunnen afhalen of als de kinderen ze op school of in combinatie met een vrijetijdsinitiatief kunnen eten.
  • Sommige gezinnen vinden het fijn om af en toe samen uit te eten. Dan waarderen ze het als het eten lekker is, als kinderen met andere kinderen kunnen spelen en als het gezellig is.


Maar de meeste projecten hebben moeite om hun publiek te bereiken. Toegankelijkheid is niet vanzelfsprekend. Of ze de meest kwetsbaren bereiken, is onduidelijk. Financieel zijn de goedkope kindermaaltijden geen echte meerwaarde omdat alleen de kinderen één euro betalen. De totaalprijs voor het gezin is dikwijls een drempel.

Andere vaak genoemde drempels zijn:

  • Het aanbod is niet gekend.
  • De eetplaats is weinig gezinsvriendelijk.
  • Er wordt te weinig rekening gehouden met verschillende voedingsvereisten en –voorkeuren.
  • Het gezin loopt risico op stigmatisering.
  • Het tijdstip is niet aangepast aan gezinnen.
  • De locatie is moeilijk bereikbaar.


De kindermaaltijden werken daardoor niet als laagdrempelige toegangspoort naar gezinsondersteunende diensten.
De toeleiding gebeurt meer in de andere richting: de maaltijdverstrekkers zijn sterk afhankelijk van laagdrempelige diensten om hun publiek te bereiken.

We concluderen dat de 1 euromaaltijden tekortschieten als antwoord op hun doelstellingen. Hoe dan wel aan die doelen werken?

  • Zorg dat kinderen thuis genoeg gezonde voeding hebben.
    Thuis eten sluit het best aan bij de leefwereld van kinderen: samen eten, spelen voor en na het eten, ruimte om te bewegen en huiswerk maken. Overheden kunnen dat ondersteunen door te zorgen voor inkomens die hoog genoeg zijn. Via bijvoorbeeld een sociale kruidenier kunnen ze daarnaast de kosten voor voeding beperken. Kindermaaltijden en eventueel restaurantbezoek zijn een aanvullende optie.
  • Zorg dat gezinsondersteunende diensten toegankelijk zijn en zet in op laagdrempelige werkingen.
    In dit project bewijzen eerstelijnswerkingen hun meerwaarde: brugfiguren of ontmoetingsplaatsen die vraaggericht werken, op maat en in het tempo van het gezin en op basis van een vertrouwensband. Door te investeren in die eerste lijn zorgen overheden dat mensen in armoede de weg vinden naar diensten die hen vooruit kunnen helpen. Dat werkt alleen als die diensten zelf kwaliteit bieden en toegankelijk zijn voor gezinnen in armoede.

Bezorgd

We bezorgden op 2 oktober 2017 het advies aan de Vlaamse volskvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en de bevoegde minister.

Contactpersoon

Naima
Charkaoui
02-552.41.16.