Main content

Beleidsnota Onderwijs bekeken door een kinderenrechtenbril

22.01.2020
Advies
2019-2020/4

Beleidsnota Onderwijs bekeken door een kinderenrechtenbril

Het Kinderrechtencommissariaat geeft enkele suggesties en aandachtspunten vanuit haar Klachtenlijn en kinderrechten bij de Beleidsnota Onderwijs van Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Ben Weyts. 

Ruim dertig procent van de meldingen bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat gaat over onderwijs. Het kinderrechtenverdrag garandeert het recht op onderwijs en de nodige begeleiding. Tegelijk zegt artikel 28 dat de overheid in het onderwijs alle andere rechten uit het kinderrechtenverdrag moet verzekeren.

We screenden de beleidsnota vanuit kinderrechtenperspectief en formuleren deze bevindingen en aanbevelingen:

Leerwinst  als indicator voorkwaliteit en leerpotentieel

In het meten en beoordelen van leerwinst zien we baanbrekende perspectieven voor het onderwijs én extra mogelijkheden om betere onderwijskansen te garanderen voor kansarme leerlingen. Zeker als de minister slaagt in zijn voornemen om leraren te professionaliseren in het gebruik van leerwinstgegevens op leerlingniveau. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de bepaling en beoordeling van leerwinst correct gebeurt. In dat verband stippen we enkele aandachtspunten aan.

Gelijke onderwijskansen realiseren

  • Gelijke onderwijskansen realiseren, vergt inderdaad een effectieve inzet van de middelen toegekend op basis van de sociaal-economische status (SES) van het gezin van de leerlingen. We erkennen het belang van goede taalvaardigheid in het Nederlands. We adviseren scholen te vragen om doelmatig in te spelen op de brede variëteit van leerlingen die door hun thuissituatie schoolse achterstand dreigen op te lopen. Dat lijkt ons meer aangewezen dan een beperkende lijst op te leggen van activiteiten en materialen met alleen maar het accent op taalverwerving Nederlands.
  • Beperk de – waardevolle – screening van Nederlandse taalvaardigheid op jonge leeftijd niet tot een momentopname.
  • Bevorder de voorwaarden waarin niet-Nederlandstalige kinderen ook vanuit interactie met andere kinderen goed Nederlands kunnen leren.
  • Bevorder een evenrediger spreiding van niet-Nederlandstaligen en Nederlandstaligen over scholen, binnen de marges van de keuzes die ouders maken.
  • Zorg dat in Dataloep en in andere informatie voor scholen ook cijfers zitten over alle anderstalige nieuwkomers in het basisonderwijs, ook zij die geen extra lestijden genereren. Dat kan helpen om een beter lokaal toeleidingsbeleid uit te bouwen.
  • Verminder het grote verloop van leerkrachten, dat vooral voorkomt in scholen met veel kansarme leerlingen, onder andere door een meer evenredige verdeling van kansarme en kansrijke leerlingen te bevorderen.
  • Waak erover dat voor- en naschoolse opvang voor elk kind even toegankelijk is, los van naar welke school de kinderen gaan.
     

Armoededrempels in onderwijs bestrijden

  • We waarderen de inspanningen die de minister wil leveren om de schoolkosten te beheersen, onder andere door overleg met uitgevers van (invul)handboeken en met leveranciers van onderwijssoftware. We vragen wel dat scholen daadwerkelijk hun verantwoordelijkheid opnemen en onder meer een aanspreekpunt aanstellen voor ouders met vragen over facturen en gespreide betaling mogelijk maken en dergelijke.
  • Stel ook voor het secundair onderwijs maximumfacturen in.
  • Geef meer duidelijkheid over de middelen die scholen kunnen inzetten om lege brooddozen aan te pakken. Breng het probleem in kaart en ook de oplossingen die scholen al bedachten.
     

Kleuterparticipatie en antispijbelbeleid

  • Vraag basisscholen dat ze de aangekondigde extra middelen en omkadering voor het kleuteronderwijs om kleuterparticipatie te bevorderen ook gebruiken voor een warme overdracht tussen thuis en school, met oog voor specifieke doelgroepen.
  • Maak een kritische evaluatie van de sancties in het kader van het antispijbelbeleid. Focus op verbinding tussen school en leerling.
  • Leg eenvormig vast vanaf ‘hoeveel te laat’ een leerling een afwezigheidscode (A- of B-code) krijgt, zodat die codes een correct beeld geven van afwezigheden. Dat vrijwaart ook de rechtszekerheid van ouders en leerlingen, bijvoorbeeld hun recht op een schooltoeslag.
     

Mensenrechten en rechtszekerheid voor leerlingen

  • Pas mensen- en kinderrechten consistent toe. Ga uit van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en van het kinderrechtenverdrag om een decretale regeling uit te werken over het dragen van levensbeschouwelijke symbolen door leerlingen op school. We geven een concrete suggestie op basis van uitspraken van de Raad van State.
  • Focus bij de geplande herziening van het decreet rechtspositie en participatie van leerlingen vooral op preventie van overjuridisering en perk de rechtspositie van leerlingen en hun mogelijkheden tot participatie aan het schoolbeleid niet in.
  • Maak de Commissie Leerlingenrechten ook bevoegd voor geschillen over definitieve uitsluitingen.
     

Leerlingen met specifieke onderwijsnoden

  • Maak van de geplande herziening van het M-decreet gebruik om de huidige tekorten in rechtszekerheid voor ouders en leerlingen te remediëren. We stippen enkele aandachtspunten aan.
  • Plan in de nieuwe opdracht van de onderwijsinspectie over de evaluatie van de ondersteuningsnetwerken ook een periodieke evaluatie van de gerealiseerde inclusie op regioniveau.
  • Bevorder de evenredige toegang in scholen voor gewoon onderwijs door een minimumpercentage van de capaciteit te reserveren voor leerlingen met een geattesteerde beperking.
  • Hou de invulling van de verhoogde zorg in het gewoon onderwijs breed met onder andere ruimte voor proportionele dispenserende en compenserende maatregelen.
  • Creëer een beleidskader voor de toepassing van vrijheids-beperkende maatregelen in het buitengewoon onderwijs.
  • Stimuleer scholen voor buitengewoon onderwijs om bij te dragen tot inclusie door nauw samen te werken met scholen voor gewoon onderwijs. Bijvoorbeeld door een campus te delen.
  • Werk een regeling uit voor aanmelden en inschrijven in het buitengewoon onderwijs die elke vraag om een leerling in te schrijven kan honoreren – met ruimte voor capaciteitsuitbreiding als die nodig is.
  • Geef de proefprojecten leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs genoeg tijd om te testen en te evalueren, maar laat het ook niet te lang aanslepen. Verkort niet alleen de reistijd. Bevorder ook de zelfredzaamheid van de jongeren. En maak werk van een beter statuut voor buschauffeurs en busbegeleiders.
  • Geef in het engagement om internaten beter te financieren ook aandacht aan andere noden, zoals de nood aan gespecialiseerde zorg in internaten, hun brugfunctie tussen onderwijs en welzijn, de nood aan meer opvang in het weekend en in schoolvakanties en aan een wettelijke regeling van de rechtspositie van kinderen en jongeren op internaat.
  • Garandeer de continuïteit van onderwijs voor langdurig zieke kinderen daadwerkelijk en trek daar extra budget voor uit als dat nodig is.
  • Breng expertise samen, onder andere van ouders, over mogelijkheden en nodige aanpassingen om uitzonderlijk hoogbegaafden beter aangepast onderwijs te bieden. Bekijk in dat verband ook het fenomeen van scholen die zich richten op hoogbegaafde en uitzonderlijk hoogbegaafde leerlingen.
     

Leerlingen degelijk begeleiden

  • Zorg bij de evaluatie van het decreet leerlingenbegeleiding voor betere afstemming tussen onderwijs- en welzijnsactoren en klaar de positie of het mandaat uit van het CLB tegenover andere actoren in de hulpverlening.
  • Hou voor ogen dat een belangrijke opdracht van leerlingenbegeleiding bestaat in het realiseren van de randvoorwaarden om tot leren en excelleren te komen.
  • Richt een onafhankelijk en multidisciplinair Kenniscentrum Pesten op dat overheid en scholen ondersteunt om een effectief antipestbeleid te ontwikkelen dat focust op preventie.
  • Stimuleer flexibele leerwegen in de strijd tegen schoolse vertraging en schooluitval.
  • Zet verder in op duale leerwegen en heb daarbij oog voor kwetsbare jongeren die uit de boot dreigen te vallen. Garandeer de toegang tot de aanloopfase en NAFT.
  • Blijf inzetten op mediawijsheid en informatie die jongeren helpt keuzes te maken op belangrijke momenten in hun leven. We stippen in dat verband ook enkele aandachtspunten aan.
     

Begeleiding van scholen

Geef pedagogische begeleidingsdiensten – als kritisch-constructieve partner van scholen – naast de opdracht tot vraaggestuurd werken ook proactieve begeleidingsopdrachten.

Lerarentekort en diversiteit in de leraarskamer

We waarderen de geplande inspanningen om het lerarentekort weg te werken en de diversiteit in het lerarenkorps te verhogen.

Capaciteitstekorten en schoolinfrastructuur

  • We waarderen het voornemen van de minister om verder te investeren in de uitbreiding van schoolinfrastructuur en zijn voornemen om dat in Brussel in overleg met de Franstalige Gemeenschap te doen.
  • We waarderen ook het voornemen om scholen te stimuleren hun speelplaatsen zo in te richten dat ze aanzetten tot bewegen.
     

Inschrijvingsrecht en voorrangsregelingen

  • Ook vanuit kinderrechtenperspectief vinden we het belangrijk dat Nederlands¬ sprekende kinderen in Brussel en in de Vlaamse Rand de kans krijgen om zich in een Nederlandstalige school in de eigen buurt in te schrijven.
  • We betwijfelen wel of de vooropgestelde voorrangspercentages voor Brussel beantwoorden aan de demografische realiteit en vrezen voor meer segregatie in het Nederlandstalig onderwijs in het Brussels Gewest.
  • We stellen voor de Vlaamse Rand een eenvoudiger, meer rechtlijnige oplossing voor om voor Nederlandstalige leerlingen de kansen op een plek in een school in de eigen buurt te vrijwaren.
  • We vragen een correcte duiding van de relatie tussen dubbele contingentering en vrije schoolkeuze en betwijfelen of de nieuwe, in het vooruitzicht gestelde regeling overal even effectief is om tot een evenrediger verdeling van kansarme en kansrijke leerlingen over scholen te komen.
  • We onderstrepen dat centrale digitale aanmeldingsprocedures met ordening van leerlingen op basis van afstand en/of toeval en toekenning van plaatsen die rekening houdt met de voorkeur van de ouders de beste manier is om elk kind evenveel kansen te bieden op inschrijving in de school van hoogste voorkeur in gebieden of scholen met veel concurrentie tussen ouders. Chronologie als ordeningscriterium bij digitale of telefonische aanmeldsystemen leidt tot juridische betwistingen door gebrek aan transparantie.

Bezorgd

We bezorgden dit advies aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en de bevoegde minister op 22 januari 2020.

Contactpersoon

Jean Pierre
Verhaeghe
02-552.41.89.