Main content

Belang van het kind op de vlucht

28.06.2017
Advies
2016-2017/7

Belang van het kind op de vlucht

Op 22 juni 2017 legde de federale regering een ontwerp van wet neer bij de Kamer ter wijziging van de Vreemdelingenwet van 1980 en de Opvangwet van 2007. Dit wetsontwerp beoogt in de eerste plaats de Europese richtlijnen 2013/32/EU (asielprocedurerichtlijn) en 2013/33/EU (opvangrichtlijn) om te zetten in de Belgische rechtsorde.

Het wetsontwerp bevat een aantal belangrijke bepalingen die de noties ‘belang van het kind’ en ‘het recht (van het kind) om gehoord te worden’ steviger in de bestaande wetgeving verankeren.

Het Kinderrechtencommissariaat vindt het jammer dat niet alles wat de Memorie van Toelichting terecht onder de aandacht brengt, ook in de ontwerptekst van de wet staat, zoals:

  • de vereiste begeleide minderjarigen adequaat te informeren over hun rechten,
  • een bepaling dat ouders niet kunnen eisen aanwezig te zijn bij het horen van hun kinderen,
  • de vereiste dat verklaringen van kinderen niet tegen hun ouders gebruikt worden.


​Die punten verdienen minstens een plaats in het koninklijk besluit als ze al niet toegevoegd worden in de wet zelf.

We missen vereisten over de kindvriendelijkheid van de interviewmethode en de interne kwaliteitscontrole ervan.
De vereisten omtrent de aanwezigheid van een advocaat en/of een vertrouwenspersoon zagen we liever wat scherper en uitgebreider.

We vragen ons ook af waarom het wetsontwerp bij de hele uitwerking van het recht van kinderen om gehoord te worden enkel focust op de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en men ze niet meteen ook van toepassing maakt op de Dienst Vreemdelingenzaken.

In verband met de Opvangwet vragen we een duidelijkere formulering van de vereiste tot individuele motivering van de intrekking van materiële opvang. We zijn vooral bekommerd om de mogelijkheid tot zo’n intrekking bij een tweede of volgend verzoek tot internationale bescherming, tot de ontvankelijkheid ervan is aanvaard. We menen dat bij die beslissing de kwetsbaarheid van betrokken personen (in het bijzonder gezinnen met kinderen) meer moet doorwegen dan niet-bewezen vermoedens van misbruik. We vinden ook dat het wetsontwerp de vereiste om een ‘waardige levensstandaard te garanderen’ te weinig concreet formuleert.

Bezorgd

We bezorgden het advies aan de leden van de Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt van de Kamer.

Contactpersoon

Jean Pierre
Verhaeghe
02-552.41.89.