Main content

Advies Naar een krachtiger kinderrechtenkijk op interlandelijke adoptie

21.12.2021
Advies
2021-2022/09

Advies Naar een krachtiger kinderrechtenkijk op interlandelijke adoptie

De commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement organiseert opnieuw hoorzittingen over interlandelijke adoptie. Dit keer gaf het eindrapport van het expertenpanel interlandelijke adoptie het startschot. Dat eindrapport gaat na of en hoe wanpraktijken bij interlandelijke adoptie te voorkomen zijn. Het expertenpanel gaf twintig aanbevelingen om interlandelijke adoptie grondig te hervormen en tegemoet te komen aan slachtoffers van wanpraktijken.

Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee in het expertenpanel. We onderschrijven alle aanbevelingen van het eindrapport. Toch gaan we met ons advies dieper in op enkele aanbevelingen die raken aan kinderrechten of aan klachten en meldingen die bij ons terechtkwamen:

  • Staten die adoptie toelaten of erkennen, moeten zorgen dat het belang van het kind de belangrijkste overweging is. Maar bij adoptie alleen maar verwijzen naar het belang van het kind als belangrijkste overweging, is niet genoeg. Het is vooral relevant om dat belang inhoudelijk te omschrijven en te beoordelen. Wat in het belang van het kind is, is niet vooraf te bepalen of te beschrijven en kan maar geval per geval beoordeeld worden, afhankelijk van de situatie, de persoonlijke context, eigen noden en behoeften. Er zijn verschillende inspiratiebronnen om dat belang van het kind in te vullen.
  • Het subsidiariteitsprincipe maakt van interlandelijke adoptie eerder uitzondering dan regel. Vanuit kinderrechtenperspectief komt adoptie pas in beeld als alle andere passende zorgmogelijkheden in het land van herkomst uitgeput zijn. Hoewel juridisch niet duidelijk is wat gepaste interne oplossingen precies zijn en hoe subsidiair interlandelijke adoptie is tegenover andere zorgoplossingen, is hier geen algemeen eensluidend antwoord nodig. Elke situatie is anders. In het belang van elk kind moeten de verschillende zorgoplossingen tegen elkaar afgewogen worden.
  • Geïnformeerde toestemming van kinderen vanaf 12 jaar en van de eerste ouders is nodig. Het Kinderrechtencommissariaat vindt de leeftijdsgrens van 12 jaar om toestemming te geven arbitrair. Naar analogie met  het decreet rechtspositie van de minderjarige in de Integrale Jeugdhulp pleiten we voor een vermoeden van bekwaamheid vanaf 12 jaar, maar met de mogelijkheid om af te wijken indien de minderjarige die jonger is, wel degelijk voldoende matuur en bekwaam is om bepaalde beslissingen te nemen. Of de wet in het herkomstland uitdrukkelijk de toestemming van de eerste ouders eist, moet doorslaggevend zijn om wel of niet samen te werken met een herkomstland.
  • Niet aankomst- maar herkomstlanden moeten de stap zetten voor interlandelijke adoptie, als dat voor een kind nodig is. Maar de huidige erkennings- en subsidiestructuur in Vlaanderen verplicht de adoptiediensten om actief op zoek te gaan naar nieuwe kanalen. Als de vraag van het herkomstland naar interlandelijke adoptie bepalend is, heeft dat twee consequenties: dan mag Vlaanderen niet meer actief op zoek gaan naar adopteerbare kinderen in herkomstlanden en geen nieuwe kanalen meer onderzoeken.
  • Stel aan de hand van een gedeeld normenkader in herkomst- en aankomstland duidelijke en officiële criteria op om de adopteerbaarheid van kinderen in het herkomstland te waarborgen. Die zijn er momenteel niet. Aan die criteria toetst het herkomstland de mogelijke adopteerbaarheid van een kind. Komt interlandelijke adoptie daar uit als passende zorgoplossing voor het kind, dan krijgt Vlaanderen een gedocumenteerd en gemotiveerd dossier. Vlaanderen neemt dat dossier kritisch en grondig door. Schakel ook onafhankelijke organisaties of consulaire vertegenwoordigers in die vertrouwd zijn met de lokale context voor een dubbele check of om meer informatie te verzamelen. Laat de Federale Centrale Autoriteit (FCA) interlandelijke adoptie vroeger dan nu de toetsing met de openbare orde doen zodat zij kan ingrijpen op een moment waarop de adoptie nog gestopt kan worden.
  • Zet ook in op het uitbouwen en ondersteunen van vervangende zorg voor kinderen in herkomstlanden. Voor die extraterritoriale verplichtingen zijn kapstokken te vinden in rechtsleer en rechtspraak. Het komt ook tegemoet aan de terechte bezorgdheid over de omstandigheden waarin veel kinderen in herkomstlanden moeten opgroeien en aan het subsidiariteitsbeginsel.
  • Neem financiële stimulansen bij tussenpersonen in herkomstlanden weg door alleen samen te werken met herkomstlanden die transparante criteria hanteren voor een redelijke vergoeding van tussenpersonen.
  • Open adoptie houdt in dat de eerste ouders meer inspraak krijgen bij adoptie en dat alle betrokken partijen – de eerste ouders, de geadopteerde en de adoptieouders – in contact kunnen blijven met elkaar. Pas het concept toe bij interlandelijke adoptie, zowel bij gewone als volle adoptie. Stem het wettelijk kader daarop af.
  • Meer adopties van kinderen met bijzondere ontwikkelingsnoden vragen ook extra steun en zorg die beter afgestemd is op de noden van die kinderen en hun adoptieouders, zowel voor als na de adoptie.
  • Bespreek met kandidaat-adoptieouders nog meer thema’s zoals identiteit, discriminatie en racisme, en de impact van mogelijke wanpraktijken. Schakel geadopteerden in om hun verhaal te vertellen. Laat die thema’s meer aan bod komen in het onderzoek van de Dienst Maatschappelijk Onderzoek.
  • Maak structurele nazorg voor geadopteerden wettelijk verplicht, zoals in de perspectiefbiedende pleegzorg. Investeer ook in een kwaliteitsnetwerk van lotgenotencontacten.
  • Op basis van het kinderrechtenverdrag beklemtonen we het recht om minderjarigen toegang te geven tot identificerende en niet-identificerende gegevens van de eerste ouders. Om dat inzagerecht in adoptiedossiers zo ruim mogelijk vorm te geven, vragen we:
    • Draag de adoptiedossiers na de minimale bewaartermijn over aan een archiefinstelling.
    • Formuleer concreter hoe de uitoefening van het inzagerecht gestalte krijgt.
    • Verduidelijk wat er gebeurt als Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) of de adoptiediensten geen dossier hebben of als het dossier onvolledig is.
    • Neem de mogelijkheid om de identiteit van de oorspronkelijke ouders te kennen mee als criterium om samen te werken met herkomstlanden.
    • Veranker open adoptie wettelijk.
  • Zorg dat een onafhankelijk centrum zoals het Afstammingscentrum geadopteerden moreel, psychologisch, juridisch, administratief en financieel kan steunen in hun zoektocht naar contact met hun eerste ouders of familie.
  • Bewaar en registreer alle adoptiegegevens op een centrale plaats. Digitaliseer alle adoptiegegevens ook. Werk samen met de herkomstlanden om een gedeeld archief op te zetten. Werk alleen nog samen met herkomstlanden die adopties open, toegankelijk en systematisch registreren.
Bekijk de tekst: 

Bezorgd

Bezorgd aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers en de bevoegde minister.

Contactpersoon

Julie
Ryngaert
02-552.41.31.