Main content

Recht op geweldloze opvoeding: er is niets pedagogisch aan een tik

10.09.2019
Beeld van jongeren die met een rode vlag lopen. Een belangrijk bericht.

Het Kinderrechtencommissariaat verzet zich tegen elke vorm van geweld: groot of klein. Ook in de discussie over de ‘pedagogische tik’ laat het Kinderrechtencommissariaat daarom van zich horen.

Thomas Vanderveken wees een papa terecht die zijn kind ruw tegen de grond gemept had. De man reageerde met: ‘In België mag dat.’ En ja, in België is de ‘pedagogische tik’ nog altijd niet verboden. Frankrijk voerde het verbod in juli 2019 in. België hinkt achterop samen met Italië, Tsjechië, Slovakije en het Verenigd Koninkrijk.

Wat verstaan we precies onder ‘pedagogische tik’?

Natuurlijk is iedereen het erover eens dat kinderen slaan of mishandelen niet kan. Toch lijken sommige mensen een ‘tik’ een aanvaardbare vorm van lichamelijk geweld in de opvoeding te vinden. Ze noemen het zelfs een ‘opvoedingsmiddel met lerend effect’. Soms ook een manier om kinderen te beschermen. Vandaar de term ‘pedagogisch’. Maar geweld is en blijft geweld, in welke vorm ook. Want waar leggen we de grens?

De pedagogische tik wordt vaak verward met een tik of duw uit frustratie of om een kind te behoeden voor gevaar.

Bij het Kinderrechtencommissariaat spreken we liever niet van ‘pedagogische tik’ omdat dat verwarring schept. Want er is niets pedagogisch aan een tik. Daarop krijgen we soms de reactie: Mag ik mijn kinderen dan niet meer terechtwijzen? En wat als het een gevaarsituatie is? Mijn kind dreigt zijn handjes te verbranden aan de kachel, mag ik het dan niet op zijn handjes tikken? Of mijn kind steekt de straat over zonder te kijken, mag ik het dan niet kordaat aan zijn hand trekken en boos zijn?

Over dat soort gevallen gaat het dus niet. Natuurlijk hebben de meeste ouders het beste voor met hun kinderen en streven ze naar geweldloze opvoeding.

Het gaat over systematisch geweld in de opvoeding. Over het vanzelfsprekend gebruik van een tik om je kind te straffen omdat het niet luistert of de regels niet naleeft. Of om het te dwingen iets te doen. Kinderen krijgen dan schrik van hun ouders omdat ze thuis systematisch geconfronteerd worden met geweld.

Wat zijn de gevolgen van zo’n tik voor een kind?

Een opvoedingsrelatie is per definitie een machtsrelatie. Maar geweld hoeft daar geen onderdeel van te zijn. Systematisch geweld versterkt de machtsrelatie zonder dat dat nodig is.

Het ene kind heeft daar meer last van dan het andere. Niet alle kinderen zijn daardoor getraumatiseerd, maar het laat wel altijd sporen na. Bij het Kinderrechtencommissariaat krijgen we geregeld signalen over geweld tegenover kinderen. Zo was er Karine, een meisje van 16 die zich zorgen maakt over haar jongere zusje en over haar moeder. Haar vader is regelmatig boos zonder dat ze het zien aankomen. Hij roept, schreeuwt, tiert. Haar mama krijgt regelmatig slaag en hij vernedert haar. Ook de kinderen kleineert hij vaak. ‘Mijn zusje had het in zijn ogen te bont gemaakt. Hij wou uithalen naar haar. Ik heb de klappen opgevangen. Dit kan zo niet langer. Maar waar kan ik terecht? Niemand zal ons geloven want voor de buitenwereld is hij een goede man.’

De meldingen onderstrepen hoe belangrijk het is om het thema kindermishandeling bespreekbaar te maken in verschillende situaties. Het moet op de agenda blijven staan van het beleid. De overheid moet blijven investeren in preventie en bekendmaking van diensten. En expertise versterken en uitwisselen. Geweld in gezinnen en tegen kinderen is ontoelaatbaar.

Kinderen kijken doorgaans op naar hun ouders, ze zijn hun rolmodel. Ze leren wat goed en slecht is en hoe je met andere mensen omgaat. Het is belangrijk om de cirkel van geweld te doorbreken. En kinderen te tonen dat het zonder geweld kan, zodat zij later hun kinderen ook geweldloos kunnen opvoeden.

Als het toegelaten is voor ouders, geldt dat dan ook voor leerkrachten?

Extreme vormen van geweld en kindermishandeling zijn natuurlijk strafbaar. Maar in België is er geen wet die lijfstraffen thuis of op school uitdrukkelijk verbiedt. Verschillende internationale organisaties tikten België daarvoor al op de vingers. Het VN-Kinderrechtencomité vroeg België recent opnieuw om er werk van te maken.

Voor leerkrachten ligt het anders dan voor ouders omdat ons onderwijs het kinderrechtenverdrag onderschrijft en leerkrachten daarnaar moeten handelen. Artikel 28 van het kinderrechtenverdrag zegt uitdrukkelijk dat discipline op scholen verenigbaar moet zijn met de menselijke waardigheid van het kind en moet overeenstemmen met het verdrag. Artikel 19 zegt heel duidelijk dat psychisch of fysiek geweld op school niet kan.

En toch kregen we bij het Kinderrechtencommissariaat al klachten over leerkrachten die een klap uitdelen, aan haren trekken of kinderen uren stokstijf laten staan. Ondanks dat duidelijk verbod. Een mama meldde ons dat haar zoon van 8 voor straf de hele voormiddag rechtop moest staan, met de armen gekruist. Daarna moest hij naar een andere klas waar hij achteraan moest gaan staan terwijl de juf de klas uitlegde dat hij een stoute jongen was. De hele klas lachte hem uit.

Ook leerkrachten zijn rolmodellen. Duidelijke afspraken en leefregels zijn belangrijk om het reilen en zeilen op school in goede banen te leiden. De leefregels van een school staan in het schoolreglement. De school heeft een zekere autonomie om in haar pedagogisch project haar eigen sanctiebeleid vorm te geven. Maar dat moet wel gebeuren binnen de krijtlijnen die het kinderrechtenverdrag. Systematisch leerlingen aan de oren trekken kan niet.

Waarom is het nog altijd niet verboden in België? En waarom zou het wel verboden moeten worden?

In België is het – ondanks heel wat wetgevende initiatieven – nog altijd niet wettelijk verboden omdat er te weinig draagvlak voor is. Dat is jammer want veel landen gingen ons al voor. Zo’n verbod kan een belangrijke stap zijn naar een mentaliteitsverandering. Het is niet de bedoeling ouders te straffen of te stigmatiseren. Daar gaat het niet om. Door het verbod zou de overheid duidelijk maken dat ze voorstander is van geweldloos opvoeden. Die omwenteling in mentaliteit vraagt tijd. Vanuit het recht van kinderen op een geweldloze opvoeding is het nu tijd om opnieuw zo’n omwenteling te maken. Het VN-Kinderrechtencomité adviseerde de Belgische staat al om wetgevende maatregelen te nemen die lijfstraffen voor kinderen thuis, op school en in instellingen verbieden. Het Comité vraagt om voorlichtingscampagnes te organiseren. Die moeten niet alleen de negatieve gevolgen van lijfstraffen in de kijker zetten. Ze moeten de bevolking aanzetten om positieve, niet-gewelddadige vormen van disciplinering te hanteren.

Bij het Kinderrechtencommissariaat geloven we sterk in zo’n verbod als maatschappelijk signaal. Geweld op kinderen mogen we niet tolereren. Nooit. Nergens. En verbod op geweld op kinderen zou mensen alerter maken voor het probleem. Het wettelijk verbod kan een ontradend effect hebben. Het moet gepaard gaan met een breder debat over geweld tegen kinderen en informatie over positief opvoeden.

We tolereren het niet onder volwassenen, waarom dan wel tegen kinderen?

Geweldloos opvoeden moet de norm worden. Allemaal veroordelen we geweld tussen partners, tussen volwassenen, tegen ouderen. Waarom zou het dan thuis wel kunnen tegenover kinderen? Een groep die net extra bescherming nodig heeft en die voor zijn welzijn afhangt van volwassenen.