Main content

Leerlingenvervoer: elk kind vlot tot aan de schoolpoort

02.05.2019
Leerlingenvervoer: elk kind vlot tot aan de schoolpoort

Al jaren trekt het Kinderrechtencommissariaat aan de alarmbel over het leerlingenvervoer. Vorig jaar signaleerden we dat er elke dag 550 leerlingen langer dan drie en een half uur (220 minuten) op de bus van en naar een school zitten in het buitengewoon onderwijs. Op sommige bussen zitten 50 kinderen met verschillende handicaps.

Vandaag 2 mei organiseerde de Vlaamse overheid een studiedag over leerlingenvervoer. Het evaluatieonderzoek van de pilootprojecten kwam aan bod en in verschillende sessies ging men op zoek naar oplossingen.

Uitrol pilootprojecten pas in 2022?

De pilootprojecten in Roeselare en Leuven blijven verder lopen. Een derde pilootproject start in Antwerpen. Een uitrol van het nieuwe model over heel Vlaanderen is pas voorzien in september 2022. Hoewel het belangrijk is genoeg tijd te nemen om te testen en te evalueren met het oog op de realisatie in heel Vlaanderen, blijkt uit onze Klachtenlijn dat er echt sneller verandering nodig is.

Pilootprojecten: tonen belang van ruimte voor meer maatwerk

De twee pilootprojecten in Leuven en Roeselare tonen dat er ruimte is voor meer maatwerk. We kijken uit naar de online versie van het evaluatierapport.

Leerlingenvervoer garandeert recht op onderwijs

Kinderen in het buitengewoon onderwijs hebben recht op gratis leerlingenvervoer naar de dichtstbijzijnde school van het net van de vrije keuze die het type of de opleidingsvorm aanbiedt.
Leerlingenvervoer garandeert het recht van kinderen met een beperking op bijzondere zorg, onderwijs en training. Het is en blijft een indrukwekkende inspanning van de overheid dat gezinnen kunnen rekenen op leerlingenvervoer. Veel gezinnen kunnen niet zonder het leerlingenvervoer als mobiliteitsondersteuning.

Al jaren klachten over leerlingenvervoer

Meer dan 37.000 kinderen in het buitengewoon onderwijs maakten daar in het schooljaar 2017-2018 gebruik van. Toch loopt het vervoer niet voor iedereen op wieltjes en komen onderwijs of zorg soms in het in gedrang. Al jaren krijgt het Kinderrechtencommissariaat vragen en klachten over leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs.

Deze gaan over:

  • Verplaatsingen die veel te lang duren
  • Het probleem van niet-rechthebbenden
  • De beperking van de vrije schoolkeuze
  • De pedagogische kwaliteit van de begeleiders in de bus
     

De impact op kinderen is groot. Ze moeten heel vroeg opstaan om op tijd klaar te staan voor de bus. Door de lange busrit worden kinderen moe of zijn ze al gestrest als ze op school aankomen. Ze zijn doodmoe als ze weer thuis komen. ’s Avonds is er vaak weinig tijd over om nog iets leuks te doen. Het leerlingenvervoer heeft impact op het hele gezin.

Aanbevelingen voor leerlingenvervoer afgestemd op de zorgnoden van de leerling en zijn gezin

Bepaal centraal kwaliteitseisen voor een leerlingenvervoer en mobiliteitsondersteuning op maat

Kwaliteitsvol leerlingenvervoer is toegankelijk, comfortabel, veilig, beperkt in reistijd, versterkt kinderen en brengt hen naar de meest geschikte school. Er zijn duidelijke kwaliteitseisen nodig voor overleg en evaluatie in het toekennen van het recht op leerlingenvervoer en mobiliteitsondersteuning. We vragen centraal bepaalde kwaliteitseisen waarmee verschillende lokale besturen, onderwijskoepels en sociale organisaties aan het werk kunnen gaan in hun verzorgingsgebied.

Zorg voor een duurzaam systeem van mobiliteitsondersteuning

Het Kinderrechtencommissariaat vraagt een systeem dat toepasbaar is in het veranderend onderwijslandschap dat evolueert naar meer inclusie. Hoe het recht op leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs zich verhoudt tot de keuze voor inclusief onderwijs is onduidelijk. Wij vragen hiervoor aandacht in de pilootprojecten. Een duurzaam systeem zet in op meerdere vervoersmogelijkheden.

Bouw bruggen tussen onderwijs, mobiliteit en welzijn

Maak leerlingenvervoer onderdeel van het basisrecht op mobiliteit aangepast aan de onderwijs- en zorgnoden van het kind en zijn gezin. Ook het toekennen van het recht op leerlingenvervoer is een gedeelde verantwoordelijkheid van onderwijs, mobiliteit, gezin en sociale organisaties (sociaal beleid).

Maak mobiliteit maximaal toegankelijk

Toegankelijkheid is een basisrecht voor iedereen. Enkel zo kunnen jongeren, in al hun diversiteit en in verschillende situaties, op een veilige en gebruiksvriendelijke manier gebruikmaken van de publieke ruimte. Zorg voor redelijke aanpassingen voor zij die het nodig hebben.

Zet in op participatie, betrek kinderen en gezinnen

Het Kinderrechtencommissariaat onderlijnt het belang van participatie. Kinderen en ouders horen actief betrokken te worden. Hun mobiliteitsbehoeften moeten grondig in kaart gebracht worden en ze moeten geconsulteerd worden. We pleiten niet alleen voor een toezichtsmechanisme, maar ook voor een klachtmechanisme die minderjarigen en hun ouders toelaten allerlei problemen aan te kaarten dus ook over leerlingenvervoer.

Zet lokaal in op leerlingenmobiliteit

Steden en gemeenten hebben vanuit hun regierol een belangrijke sleutel in handen om netoverstijgend vorm te geven aan leerlingenmobiliteit. We dringen erop aan om de noden van leerlingen in kaart te brengen voor hun verplaatsing naar school. Wat zijn de mogelijkheden van elke leerling? Wat is hun persoonlijke situatie? Wat is hun gezinssituatie? Breed overleg over aangepast, haalbaar en comfortabel vervoer voor leerlingen is essentieel.

Zet verder in op inclusieve opvang, binnen en buiten de school

Leerlingen kunnen hun huiswerk dan al maken of spelen in de plaats van in de bus te zitten. Ouders of hun netwerk kunnen hun kind misschien zelf ophalen door het latere uur. Dat maakt het gemakkelijker te combineren met hun werk.

Verhoog het aantal mobiliteitscoaches

Zij begeleiden een traject en kunnen fiets- en wandelpools organiseren. Zij kunnen met de leerlingen oefenen om misschien op langere termijn een zelfstandig parcours af te leggen.

Leg de maximumduur van de rit decretaal vast op 120 minuten per dag

Kinderen zouden ’s ochtends of ’s avonds niet langer dan 60 minuten onderweg mogen zijn. Een uitzondering kan voor kinderen die maandag van heel ver naar een residentiële setting gebracht worden en op vrijdag terug naar huis.