Main content

Gedifferentieerd beleid voor kinderen op de vlucht?

25.02.2016

Elk jaar krijgt het Kinderrechtencommissariaat klachten van kinderen op de vlucht en signalen uit hun omgeving. We zijn niet bevoegd om te oordelen of deze kinderen hier mogen blijven. Dat is de taak van de overheid. Het is wel onze plicht om toe te zien of alle rechten van deze kinderen gerespecteerd worden. Meermaals vroegen we aandacht voor hun positie, welzijn en onderwijs tijdens hun verblijf in België, doorheen de procedures en als ze uitgewezen worden.

Uitgangspunten

Gedifferentieerd beleid

We vragen de federale overheid om kinderen en jongeren zonder papieren en hun gezinnen niet allemaal over dezelfde kam te scheren. Er moet een gedifferentieerd beleid komen dat rekening houdt met de verschillen in concrete omstandigheden waarin deze kinderen en jongeren zich bevinden.

Het belang van het kind  en zijn rechten prioritair

We vragen om in de eerste plaats uit te gaan van het belang van de  kinderen en jongeren. Dat houdt onder meer in dat de mogelijkheden om hun onderwijs- of opleidingstraject verder te zetten in het land van herkomst (van hun ouders) realistisch bekeken wordt.
Het principe van de ‘eenheid van het gezin’ moet bekeken worden als een recht van het kind en niet als een principe of argument waaraan andere kinderrechten ondergeschikt zijn.

Empirisch onderbouwd beleid

Voorstellen om te zoeken naar humane oplossingen voor kinderen op de vlucht vragen om ernstige antwoorden. We vragen dat de maatschappelijke consequenties van de voorstellen op empirisch onderbouwde wijze ingeschat en geëvalueerd worden.

Concrete voorstellen

Kortgeleden aangekomen geen uitzicht op verblijf: humaan terugkeerbeleid

Voor kinderen en jongeren die hier met hun gezin nog maar kortgeleden toekwamen en geen uitzicht hebben op een verblijfsvergunning, vragen wij een humaan terugkeerbeleid:

  • Snelle en efficiënte procedures, maar vooral ook een kindvriendelijke afhandeling die afscheid nemen mogelijk maakt.
  • Met aandacht voor hoe terug aan te knopen met het leven in hun land van herkomst, onder meer op het vlak van onderwijs en opleiding.
  • De regeling om het schooljaar eerst te mogen uitdoen te versoepelen zodat die zich niet beperkt tot jongeren die een ‘Bevel om het Grondgebied te Verlaten’ (BGV) pas na Pasen kregen, nog maar een eerste BGV kregen of nog geen 18 jaar zijn.
     

Langer verblijvende kinderen: onderwijs- of opleidingstraject afwerken

Voor kinderen en jongeren die hier al langer zijn, vragen we dat ze vóór hun terugkeer hun onderwijs- of opleidingstraject eerst kunnen afwerken, eventueel onder nader te bepalen voorwaarden of maximumtermijnen. Daarbij kan men rekening houden met de verschillende omstandigheden die er zijn. De situatie is anders naargelang het gaat om jongeren die hier als niet-begeleide minderjarige aan een traject begonnen, enig kind in een gezin zijn of deel uitmaken van een omvangrijk gezin met grote leeftijdsverschillen tussen de kinderen. Ook voor die kinderen en jongeren moet een humaan terugkeerbeleid aandacht hebben voor de vraag hoe terug aan te knopen met het leven en de cultuur in het land van herkomst.

Gewortelde kinderen: permanente verblijfsvergunning

Voor kinderen en jongeren die hier al lang verblijven en stevig in onze samenleving geworteld zijn, vragen wij een permanente verblijfsvergunning. ‘Geworteld zijn’ vraagt om een goede definiëring. Die definiëring moet in elk geval rekening houden met het reële verblijf in ons land en niet enkel met wat in de wet als ‘regelmatig verblijf’ omschreven wordt.

Als ouders, om welke reden ook, hun verblijfstitel ontnomen wordt, mag dat niet automatisch als gevolg hebben dat ook de kinderen hun verblijfsvergunning verliezen. De jaren ‘regelmatig verblijf’ van de kinderen zouden in zulke gevallen niet langer automatisch met terugwerkende kracht als ‘niet regelmatig’ beschouwd mogen worden.

Kinderen onder een beschermingsmaatregel: minstens tijdelijke verblijfsvergunning

Voor kinderen en jongeren die door een jeugdrechter of bevoegde overheid onder een beschermingsmaatregel geplaatst werden, vragen we dat ze voor de duur van die beschermingsmaatregel ‘ambtshalve’ een minstens tijdelijke verblijfsvergunning krijgen.

We noemen als voorbeeld kinderen en jongeren die bij wijze van beschermingsmaatregel in een Vlaams pleeggezin geplaatst werden. Volgens een studie van het agentschap Jongerenwelzijn bleken in 2014 zowat 90 van hen geen verblijfspapieren te hebben. Ook na jaren van verblijf in Vlaanderen riskeren zij op hun 18e het land te worden uitgezet.