Main content

Commissie Evaluatie Nieuw Ondersteuningsmodel

04.10.2019

Sinds 2015-2016 moeten scholen zich houden aan het M-decreet. Twee jaar later werd het ‘nieuwe ondersteuningsmodel’ boven de doopvont gehouden. Dat wil zorgen voor betere begeleiding van scholen om inclusief onderwijs te realiseren, met expertise uit het buitengewoon onderwijs. Vanaf schooljaar 2017-2018 kunnen scholen voor gewoon onderwijs voor leerlingen met een verslag voor type basisonderwijs, type 3, type 7 (spraak-, taal- of ontwikkelingsstoornissen) of type 9 ondersteuning krijgen van een van de dertig regionale ondersteuningsnetwerken. Voor leerlingen met een verslag voor type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) kunnen ze ondersteuning krijgen door bilateraal samen te werken met een school voor buitengewoon onderwijs.

Het decreet over het nieuwe ondersteuningsmodel voorziet in een evaluatie door een onafhankelijke commissie van academici en experten, in samenspraak met de stuurgroep die het nieuwe ondersteuningsmodel begeleidt. Die evaluatie gaat over:

  • De 70/30-verdeling van het budget voor de ondersteuningsnetwerken: 70% op basis van het totaal aantal leerlingen in de scholen voor gewoon onderwijs die het ondersteuningsnetwerk bedient en 30% op basis van het gemiddeld aantal leerlingen met een gemotiveerd verslag, verslag of inschrijvingsverslag in die scholen
  • De effecten op het personeel
  • De ondersteuning in de klas voor de leerling en voor de leerkracht
  • De leerlingenbewegingen van buitengewoon naar gewoon onderwijs of andersom
  • De doelmatige aanwending van de middelen
  • (Op vraag van de minister) de ervaringen van de leerlingen

Het Kinderrechtencommissariaat werd uitgenodigd voor de evaluatiecommissie. Die baseert haar evaluatie op verschillende bronnen: al uitgebrachte en nieuw te verwachten rapporten van het departement Onderwijs en Vorming, AGODI, de onderwijsinspectie, het Rekenhof, het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek (SONO) en eigen input van de commissieleden zelf.

Het Kinderrechtencommissariaat presenteerde een analyse van de klachten en meldingen over inclusie en leerlingen met een beperking bij de Klachtenlijn vanaf het schooljaar 2015-2016 tot en met de eerste helft van het schooljaar 2018-2019:

  • De meeste meldingen gingen over
    • Geweigerde of gebrekkig uitgevoerde ‘redelijke aanpassingen’
    • De leerweg en de certificering
    • Geen of te weinig ondersteuning
    • Niet (meer) welkom zijn in de school
    • De communicatie met de school
    • Het eisen of weigeren van externe assistentie
    • De grens tussen gemeenschappelijk curriculum en IAC.
  • In vergelijking met het aantal klachten over redelijke aanpassingen (72) is het aantal klachten over gebrek aan ondersteuning (27) relatief beperkt. Maar veel klachten over redelijke aanpassingen, het leertraject (28) of het niet (meer) welkom zijn in de school (22) kunnen indirect te maken hebben met het gebrek aan ondersteuning. Ook krijgen we vragen of klachten over externe hulpverlening – bijvoorbeeld van een logopedist tijdens de schooltijd in het gewoon onderwijs.
  • Relatief veel klachten (1 op de 3) gaan over leerlingen met ASS. Daarnaast waren er 11 klachten over het gebrek aan passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.
  • Flexibele leerwegen als vorm van redelijke aanpassing komen weinig in beeld. Onbekend is blijkbaar onbemind. Wordt er wel een of andere vorm van flexibele leerweg toegepast, dan is er vaak onduidelijkheid over welke certificering leerling en ouders mogen verwachten. Maar soms koesteren ouders irrealistische verwachtingen, wat dan tot een conflict met de school leidt als het zorgperspectief het onderwijsperspectief zo goed als volledig verdringt.