Main content

Analyse Arrest Grondwettelijk Hof over verbod op dragen van zichtbare levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen

21.09.2020

Mogen scholen hoofddoeken verbieden? Een arrest van het Grondwettelijk Hof van 4 juni 2020 zorgt voor verwarring.

De 17-jarige Noura mailt de Klachtenlijn: ‘Het Grondwettelijk Hof zegt dat scholen hoofddoeken mogen verbieden. Hoe zit dat dan volgend jaar voor mijn inschrijving in een hogeschool? Ik twijfel nog tussen twee hogescholen. Bij een van die scholen is op de website niet duidelijk of studentes er een hoofddoek mogen dragen.’

De concrete vraag aan het Grondwettelijk Hof was: Mag een decreet schoolbesturen toestaan om in hun schoolreglement leerlingen of studenten te verbieden om levensbeschouwelijke kentekens te dragen? Is zo’n bepaling in overeenstemming met de Belgische Grondwet en met het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens?

Het Grondwettelijk Hof antwoordt: ‘Ja, dat mag. Zo’n decreet is niet strijdig met de vrijheid van godsdienst en godsdienstuiting.’

Het Hof argumenteert onder andere:

  • Zo’n decreet verplicht de scholen niet om die verbodsbepaling op te nemen in hun schoolreglement.
  • Dat er neutrale en levensbeschouwelijk gefundeerde scholen zijn, scholen met en zonder zo’n verbod, laat iedereen vrij om te kiezen.


De Raad van State zag dat in 2014 helemaal anders. Voor het onderwijsbeleid en de leerlingen heeft dat belangrijke gevolgen. We maakten een analyse van het nieuwe arrest. Daarin belichten we de verschillen tussen beide arresten.

Zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof concluderen dat een verbod op uiterlijke levensbeschouwelijke kentekens voor leerlingen op school onder bepaalde voorwaarden mogelijk is. Maar de Raad van State hanteert veel strengere voorwaarden: Het verbod moet voldoen aan een strikte lezing van artikel 9.2 van het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens. Dus kan zo’n verbod alleen maar tijdelijk zijn, zolang er een aantoonbare dwingende lokale of ruimere maatschappelijke noodzaak is en andere maatregelen ontoereikend waren. En die ‘maatschappelijke noodzaak’ moet strikt geïnterpreteerd worden: bijvoorbeeld doordat de spanningen tussen groepen leerlingen rond wel of geen levensbeschouwelijke kentekens zo hoog oplopen dat de lessen niet meer normaal kunnen verlopen. Van een preventief verbod, om te voorkomen dat leerlingen sociale druk op elkaar gaan uitoefenen, kan volgens de Raad van State geen sprake zijn.

Voor het Grondwettelijk Hof kan zo’n preventief verbod wel, als dat voortvloeit uit de eigen invulling van ‘neutraliteit’ in het pedagogisch project van de school. Om de grondwettelijk voorziene vrije schoolkeuze mogelijk te maken, moet elke school zo’n eigen pedagogisch project uitwerken. Voor het Grondwettelijk Hof volstaat dat als ‘dwingende maatschappelijke noodzaak’ om te rechtvaardigen dat sommige scholen levensbeschouwelijke symbolen bij leerlingen verbieden. Daaruit volgt dan wel dat voor elke school die een streng algemeen niet-tijdelijk verbod oplegt, er wel altijd een andere moet zijn (met hetzelfde studieaanbod, in elke regio?) zonder zo’n verbod. Anders is er geen vrije schoolkeuze meer.

>> Lees de uitgebreide analyse van het Kinderrechtencommissariaat (289.82 kB)