Main content

Implementatie M-decreet: tussentijdse evaluatie

31.05.2016
Knelpuntnota
2015-2016/11

Implementatie M-decreet: tussentijdse evaluatie

Met het M-decreet wou de Vlaamse overheid de onderwijsregelgeving overeenstemmen met het VN-Verdrag over de Rechten van Personen met een Handicap. Met de start van het schooljaar 2015-2016 trad het M-decreet ten volle in werking.

Is het recht op inclusief onderwijs nu beter gegarandeerd? 

Op basis van de klachten die bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat binnenkwamen sinds 1 augustus 2015, evalueren we tussentijds de toepassing van het M-decreet. We toetsten onze vaststellingen af bij Unia en bij competentiebegeleiders. Waar mogelijk leggen we de link met wat we begin 2014 adviseerden bij het ontwerp van decreet over maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. 

Al heel wat scholen doen hun best om het concept ‘redelijke aanpassingen’ in hun praktijk een plaats te geven en slagen daar ook in. Deze knelpuntennota focust op waar het nog niet vlot loopt. Het is een oproep aan het beleid om na te gaan hoe ze scholen sterker kan ondersteunen om inclusie maximale kansen te geven.

Op basis van de klachten stellen we vast:

  • inclusief onderwijs is nog niet overal vanzelfsprekend, vooral in het secundair onderwijs; lang niet alle scholen voor gewoon onderwijs respecteren het recht op inschrijving, onder ontbindende voorwaarde, van kinderen met een attest voor buitengewoon onderwijs;
  • scholen zijn soms nog onbekend met de idee dat een leerling met dispenserende maatregelen nog een regulier diploma of getuig­schrift kan behalen; er is geen beroeps­instantie waar leerlingen en ouders een geschil daarover kunnen aankaarten;
  • er is nog veel onduidelijkheid over wat ‘redelijke aanpassingen’ kunnen zijn;
  • scholen zijn soms weinig bereid om over redelijke aanpassingen te overleggen met externe hulpverleners;
  • het hele team past redelijke aanpassingen soms nog te weinig consequent toe; leerlingen en ouders ervaren onzekerheid over de continuïteit van de redelijke aanpassingen doorheen de schoolloopbaan;
  • ouders ervaren het CLB niet altijd als onpartijdig;
  • er is een laagdrempelige bemiddelende instantie nodig voor leerlingen, ouders en scholen die bij inhoudelijke geschillen over redelijke aanpassingen de knoop kan doorhakken;
  • scholen schakelen soms te snel van een zorgbeleid over naar een sanctiebeleid;
  • in vergelijking met een traject in het buitengewoon onderwijs (vooral in OV4), kan een gelijkwaardig individueel aangepast curriculum volgen in het gewoon onderwijs voor de leerling nadelig uitdraaien in termen van kansen op vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt;
  • de nieuwe regelgeving over attestering voor het buitengewoon onderwijs en attestwijziging kent groeipijnen;
  • sommige elementen uit het decreet werden laattijdig uitgevoerd;
  • overleg tussen onderwijs en welzijn is wenselijk, onder meer om (1) uit te klaren of het volgen van inclusief onderwijs kan meegenomen worden in de uitwerking van persoonsgebonden financiering voor minderjarigen met een beperking en (2) de plaatsing van jongeren in een welzijnsvoorziening beter af te stemmen op het onderwijstraject dat best tegemoet komt aan hun specifieke onderwijsbehoeften.

 

Enkele knelpunten wijzen erop dat verder investeren in competentieverhoging nog erg nodig is.

 

Bezorgd

We bezorgden op 31 mei 2016 het advies aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en de bevoegde ministers.

Contactpersoon

Jean Pierre
Verhaeghe
02-552.41.89.